De Gelderse Vallei (regionale geografie) - Prof. Hoekveld
In 1990 hield professor G.A. Hoekveld zijn oratie over de 'nieuwe' regionale geografie. Hij behandelde hiervoor de relatief onbekende regio 'De Gelderse Vallei.' Dit gebied laat zich niet makkelijk begrenzen en is daarom illustratief voor veel regionaal-geografisch problematiek. Aan de orde komen: voorlopige begrenzing en geleding van het gebied, bepaling maatschappelijke en ruimtelijke contexten, regionale ontwikkeling, het urban field model en nadere begrenzing en geleding.Gegevens
- titel: De Gelderse Vallei; een regionaal-geografische benadering
- auteur: professor dr. G.A. Hoekveld
- jaar: 1990
- uitgever: Faculteit der Ruimtelijke Wetenschappen, Rijksuniversiteit Utrecht
Inhoud van de oratie 'De Gelderse Vallei; een regionaal-geografische benadering
Deze oratie betreft de behandeling van de Gelderse vallei aan de hand van de 'nieuwe' regionale geografie. Volgens de inmiddels overleden professor Hoekveld moet de kunst van de regionale geografie volgens de regels van het spel beoefend worden. De regels zijn methodisch-wetenschappelijk.Professor Hoekveld geeft de volgende definitie van de regionale geografie weer:
De methodische analyse van -complex samenhangende- kenmerken van gebieden en het m.b.v. andere methoden ontwerpen van op die analyse gebaseerde overdraagbare en voor derde controleerbare beelden van de geanalyseerde gebieden t.b.v. een bepaalde doelgroep (vakgenoten, breed publiek of overheidsinstanties).
Professor Hoekveld heeft de volgende probleemstelling gehanteerd:
Zijn er overeenkomsten en samenhangen in de huidige regionale ontwikkeling van de delen van het gebied dan Gelderse Vallei kan worden genoemd?
De eerste stap betreft de voorlopige begrenzing en geleding van het gebied. Hij doet dit vanuit een fysisch geografische invalshoek, dat voor elke regionale geografie een onmisbare grondslag is, en vanuit een historisch geografische invalshoek. Na beschrijving van de fysisch en historisch geografische regio stelt de professor dat de Gelderse Vallei voorlopig als een fysisch geografisch gebied moet worden opgevat.
De tweede stap betreft onderzoek naar de sociaal-ruimtelijke context. De Gelderse Vallei blijkt een grens gebied te zijn, tot voor kort zelfs perifeer vanwege de geïsoleerde ligging.
De derde stap is een eerste beschrijving van de regionale ontwikkeling van de Gelderse Vallei via een fase- en lagenmodel. De volgende fasen komen aan de orde:
- de middeleeuwse laag
- de mercantilistische-kapitalistische laag
- de industrieel-kapitalistische laag
- fase van de neo-industriële samenleving: de gewijzigde context.
De huidige ruimtelijke context van de Gelderse Vallei is bepaald door de gewijzigde maatschappelijke contexten en de daarmee samenhangende ruimtelijke structuren. Kijken we naar bovenstaande 4 fasen dan valt het volgende op te merken:
- Middeleeuwen: geen Christaleriaanse hoofdsteden of snoeren van Fernhandelssteden;
- mercantilistisch kapitalisme: geen handelssteden met achterlandroutes;
- industriële periode: er kwamen enkele industriële 'inliers' en doorgaande verbindingen tussen de opkomende Randstad en Noord-Oost Nederland. Suburbanisatie tot op de Utrechtse Heuvelrug;
- neo-industriële fase: door marktprocessen betrokken bij de westelijke stedelijke interne differentiatie- en expansieprocessen (groeikernen, overloopbeleid, bescherming kwetsbare gebieden).
Nu komt de vierde stap. Voor analyse biedende bevolkingsdynamiek en de eerder aangegeven maatschappelijke en ruimtelijke contexten is het noodzakelijk een model te zoeken dat de ruimtelijke ontwikkeling verklaart die in de nabijheid van een groot stedelijk gebied optreden. Professor Hoekveld noemt hierbij het 'urban field' model volgens Lamb uit 1975. De professor bespreekt enkele belangrijke componenten van de regionale ontwikkeling die in het urban field genoemd worden: landbouw en industrie (in de amenity-arme sector) en recreatie en suburbanisatie (in de amenity-rijke sector). Het model bestuurt zo de beschrijving en zal een ruimtelijke geleding van de Gelderse Vallei moeten opleveren.
Zo komen we bij stap vijf: de resultante van de regionale ontwikkeling van de Gelderse Vallei oftewel het ruimtelijk beeld. De bevolkingscurven tonen een vierdeling van het gebied aan:
- noorden de agglomeratie van Amersfoort;
- overige Eemland gemeenten groeien wisselend onder invloed van externe impulsen;
- midden en oosten zijn achtergebleven gebieden;
- het zuiden is een soort kleine Randstad het Binnenveld: Wageningen, Veenendaal en Ede.
Professor Hoekveld schetst met behulp van de variabelen landbouw, industrie, recreatie en suburbanisatie de ruimtelijke ontwikkeling in het urban field. Met behulp van clusteranalyse van het grondgebruik wordt getracht de grote verscheidenheid in een wat grotere geleding samen te vatten. Met een tweede culsteranalyse van het bodemgebruik komt de tegenstelling tussen het Utrechtse Westen en het Gelderse Oosten aan het licht. Tot slot vindt de analyse van de ontwikkeling plaats door middel van een derde clusteranalyse. Daarbij blijkt de verstedelijking in het Noorden en Zuiden door te zetten.
Hoe ziet nu de voorlopige geleding eruit?
- noordwesten: verstedelijking en (water)recreatie;
- zuiden: een polycentrisch stedelijke structuur;
- oosten en centrum: intensieve veehouderij en bedrijvigheid.
Tot slot eindigen we met de zesde stap: komen de feiten overeen met het urban field model? Het antwoord luidt: ja en nee.
- Ja: voor zover betrokkenheid centrale stad/steden en overloop stedelijke elementen;
- Nee: sector indeling klopt niet. Er is een amenity-arme middenzone tussen de Heuvelrug en de Veluwe. Er is geen sectorale van de metropool uitwaaierende geleding. De analyse van het grondgebruik werd bemoeilijkt waardoor er twee andere clusteranalyses nodig waren. Veranderingen in grondgebruik de laatste negen jaar (dus de jaren '80 van de vorige eeuw) laten zien dat de Gelderse Vallei een amenity-arme sector is. Dit wordt niet door het urban field model van Lamb verklaard van west naar oost, maar door fysische en historisch geografische kenmerken van zuid naar noord. En nog een paar andere zaken die niet kloppen.
Moet nu van het modelgebruik worden afgezien? Professor Hoeveld vindt van niet. Een aangepast modelgebruik door verandering van vorm bij behoud van structurele samenhang is voor regionaal geografen des te meer geboden.
Slot
Bovenstaande betreft slecht de eerst eerste fase van regionale geografiebeoefening. De analyse wordt nog op 2 terreinen voortgezet:
- Een analyse van de onderdelen van de regio (lagere schaalniveau).
- òf subgebieden met een beslissende betekenis voor de regio
- òf belang zijnde actors (organisatie, groepen, individuen)
- Problematisering (probleemstelling + onderzoeksvragen) bijv. planologisch, ecologisch, sociografisch, bestuurlijk
Mening van Etsel
De oratie van professor Hoekveld is één van de eerste stappen van de 'nieuwe' regionale geografie. De regionale geografie moet volgens hem methodisch-wetenschappelijk beoefend worden. Met behulp van modellen moet een regio verklaard worden. Dit blijkt overigens maar gedeeltelijk te lukken. Er is een aangepast model nodig. Daarna vindt nog een analyse op lager schaalniveau plaats en ook een problematisering (toepassingsgericht regionaal-geografisch onderzoek).Vergeleken met de 'oude' regionale geografie is er inderdaad sprake van een wetenschappelijke vooruitgang. Een regio wordt niet meer slechts beschreven, maar wordt verklaard. Er zit meer structuur in de 'nieuwe' regionale geografie. Wel is het zo dat deze methodisch-wetenschappelijke aanpak van het beschrijven van een regio voornamelijk interessant zal zijn voor vakgenoten (geografen, planologen, bestuurders, etc), maar minder boeiend en begrijpelijk voor leken. Wie de oratie van professor Hoekveld als leek leest zal bar weinig begrijpen van hoe de regio nu precies in elkaar steekt. Er wordt teveel methodiek gebruikt waar echt achtergrond kennis voor nodig is als lezer. Wanneer een regionaal geograaf een boek zal schrijven over bijvoorbeeld de regionale ontwikkeling van Nederland en daarbij de methodiek van Hoekveld gebruikt zal bij het grote publiek weinig gehoor vinden. In dat opzicht werkte de 'oude' regionale geografie, zonder al die modellen, veel beter.
Uit de oratie wordt niet echt duidelijk wat nu precies de drijfveren waren van de inmiddels overleden professor Hoekveld. Ging het simpelweg om het verlangen om van de regionale geografie een echte wetenschap te maken door gebruik te maken van methoden of wilde de professor regio's beter kunnen verklaren? Mogelijk waren beide motieven een uitgangspunt. Toch ben ik van mening dat de 'oude' regionale geografie als manier van voorlichting voor het grote publiek meer tot de verbeelding spreekt. Wie 'oude' regionaal geografische boeken leest zal -zeker als leek zijnde- toch best geboeid raken door de beschrijving van de regio. Bij toepassingsgericht regionaal-geografisch onderzoek is uiteraard de 'nieuwe' regionale geografie van Hoekveld de enige optie, maar die verengt per definitie de kijk op de regio als geheel omdat nu een probleem (ecologisch, bestuurlijk, etc.) alle aandacht krijgt. De 'oude' regionale geografie was multi-disciplinair en omvatte alle vakgebieden binnen de geografie. Bij de probleemgerichte 'nieuwe' regionale geografie is dat minder het geval.
Wat de beste manier is om regionale geografie te bedrijven is dus afhankelijk van wat je wilt: probleemgerichte verklarende bestudering van de regio of een algehele beschrijving van de regio. De één is niet beter dan de ander. En zoals dat altijd met wetenschap gaat, binnen enkele jaren veranderen inzichten weer. Niets staat vast. Wat nu als ideaal wordt gezien is over 20 jaar misschien weer achterhaald.
Mijn eindconclusie is dat de oratie zeker de moeite waard is om te bestuderen, maar dat het vooral voor vakgenoten is en niet in de eerste plaats voor de geïnteresseerde leek.
Meer lezen over geografie? Ga dan naar mijn special over Geografische verkenningen.
Lees verder
© 2011 - 2012 Etsel, gepubliceerd in Kunst en cultuur (Recensies…) op .
Het auteursrecht van dit artikel en antwoorden op reacties ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Regionale geografie volgens professor G.A. Hoekveld Volgens regionaal geograaf G.A. Hoekveld dient de oude onwetenschappe…
Geografie: Inleiding regionale geografie Het lijkt alsof gebieden in toenemende mate met elkaar integreren. Vooral met in…
Nederland in delen (regionale geografie) Ben de Pater e.a Boekrecensie: 'Nederland in delen' (1989) is een standaardwer…
Geografie: Gekleurde weergave van regio's Regio's worden niet alleen door geografen bestudeerd (regionale geografie - reg…
Gerelateerde artikelen
Steden en streken (sociale geografie) Hauer / De Pater Naar aanleiding van het emeritaat van geograaf professor Hoekvel…Regionale geografie volgens professor G.A. Hoekveld Volgens regionaal geograaf G.A. Hoekveld dient de oude onwetenschappe…
Geografie: Inleiding regionale geografie Het lijkt alsof gebieden in toenemende mate met elkaar integreren. Vooral met in…
Nederland in delen (regionale geografie) Ben de Pater e.a Boekrecensie: 'Nederland in delen' (1989) is een standaardwer…
Geografie: Gekleurde weergave van regio's Regio's worden niet alleen door geografen bestudeerd (regionale geografie - reg…
Bronnen en referenties
- De Gelderse Vallei; een regionaal-geografische benadering - Prof. dr. G.A. Hoekveld